VEWA   V
E
W
A
ereniging van
ducatieve en
etenschappelijke
uteurs
 
Fundamentele vrijheden en algemeen belang

Zonder vergoeding voor hun creatie en voor hun investeringen, droogt de productie van auteurs en uitgevers gewoon op. Daarom geeft het auteursrecht auteurs het exclusieve recht op de exploitatie van hun werk. Dat recht kunnen ze overdragen of in licentie geven, bijvoorbeeld aan een uitgever. Het auteursrecht draagt rechtstreeks bij tot een moderne kenniseconomie. Zonder auteursrecht zou de wereld er een stuk minder boeiend uitzien: geen artistieke creatie, geen vernieuwende leermiddelen, geen wetenschappelijke doorbraken. Maar tegelijk blijft het auteursrecht een middel. Het is geen doel op zich. Daarom voorziet de wet uitzonderingen op het auteursrecht. Bijvoorbeeld om te verzekeren dat het cultuurpatrimonium bewaard blijft en dat vrije nieuwsgaring mogelijk blijft. Het auteursrecht verzoent de belangen van auteurs en uitgevers met die van de samenleving.

 

 

Exclusief exploitatierecht
De auteurswet kent de rechthebbenden van een beschermd werk het exclusieve recht toe om dat werk tot 70 jaar na de dood van de auteur te exploiteren. Het exploitatierecht van het beschermd werk bestaat vooral uit de exclusieve reproductierechten (uitleen- en verhuurrecht inbegrepen) en het recht op mededeling aan het publiek. Het zijn dus alleen de rechthebbenden of hun vertegenwoordigers die het gebruik van hun werk kunnen verbieden of toelaten. Zij krijgen ook de mogelijkheid om hun toestemming te laten afhangen van de betaling van een financiële compensatie (auteursrecht of royalty).

 

Wettelijke uitzonderingen
De auteurswet voorziet wettelijke uitzonderingen op deze exclusieve rechten.
Deze inbreuken op de exclusieve rechten van de rechthebbenden zijn te rechtvaardigen vanuit de fundamentele vrijheden of het algemeen belang.
Voor sommige uitzonderingen legt de auteurswet de betaling op van een vergoeding aan de rechthebbenden, om de gemaakte inbreuk op hun exclusieve recht te compenseren. Dan is er sprake van ‘wettelijke licenties’: de auteurswet staat het gebruik toe mits betaling van een billijke vergoeding aan de benadeelde rechthebbenden.

 

In België zijn er vier wettelijke licenties:

  • reprografie
  • Leenrecht
  • thuiskopie
  • de digitale uitzonderingen voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
  •  

    Naast zijn vermogensrechten geniet de auteur – en na hem zijn erfgenamen – ook een onvervreemdbaar moreel recht. Dat recht laat hem toe om het vaderschap te laten erkennen van zijn werk (vaderschapsrecht), om te beslissen over de manier en het moment waarop hij zijn werk openbaar maakt (divulgatierecht) en om te eisen dat zijn werk niet veranderd of aangetast wordt (integriteitsrecht).