VEWA   V
E
W
A
ereniging van
ducatieve en
etenschappelijke
uteurs

VEWA CVBA


Researchpark Haasrode 1820
Interleuvenlaan 62
3001 Heverlee
R.P.R. Leuven 0464.588.032

 
Wettelijke mededelingen

 

Boekjaar 2018


1. BIJKOMENDE INFORMATIE TE VERSTREKKEN OMTRENT VERDELING VAN GEÏNDE RECHTEN
Afgesloten op 31 december 2018
Vermelding op basis van artikel 23 KB 25 april 2014

 

Inningsrubriek Bedrag Reprorecht Leenrecht Thuiskopie
1.A Geïnde rechten 1.958.190,94 1.530.160,81 247.720,98 180.309,15
           
1.B Totaal kosten -193.689,98 -154.951,98 -19.369,00 -19.369,00
1.B.1 * directe kosten        
1.B.2 * indirecte kosten -185.282,54 -154.951,98 -19.369,00 -19.369,00
           
1.C Totaal rechten
+ financiële opbrengsten
       
1.C.1 * rechten in afwachting van inning        
1.C.2 * te verdelen geïnde rechten        
1.C.3 * verdeelde geïnde rechten in afwachting van betaling        
1.C.4 * niet verdeelbare geïnde rechten (niet toewijsbaar)        
1.C.5 * financiële opbrengsten uit beheer van geïnde rechten 9.896,11 9.401,30 494,81 0,00
         
1.D Betaalde rechten -2.583.681,38 -2.082.058,04 -501.623,34 -0,00
           
2. Vergoeding voor het beheer van rechten (excl.BTW) 155.547,29 124.437,83 15.554,73 15.554,73

 

 

De vergoeding voor het beheer van de rechten die aan de rechthebbenden wordt aangerekend, is gelijk aan de zuivere werkingskost van de beheersvennootschap, verhoogd met 21 % BTW, aangevuld met de kost van de bijdrage aan het organiek fonds. Gezien de berekening van de bijdrage aan het organiek fonds werd opgetrokken van 0,2% naar 0,4%, werd in boekjaar 2018 naast de provisie geraamd op basis van de ontvangen rechten in 2018, tevens rekening gehouden met een bijkomende provisie voor 2017 (€ 2.367,23) en het saldo van de provisie 2016 (€ 3.750,88). Door de Raad van Bestuur werd in 2015 beslist om dit niet individueel per lid aan te rekenen. Deze werkwijze zou immers een pak administratiekosten met zich meebrengen. Om die reden wordt een globale factuur opgesteld die in mindering wordt gebracht van de rechten van al de rechthebbenden en wordt de BTW die op de dienst van het beheer verschuldigd is, afgedragen. Op de bijdrage aan het organiek fonds wordt geen verschuldigde BTW gerekend; deze wordt conform de richtlijnen van de Controledienst netto in mindering gebracht van de rechten van de rechthebbenden.
De kosten voor het beheer werden tot en met boekjaar 2017 verdeeld tussen de reprografierechten en de leenrechten op basis van de algemene verdeelsleutel 95 % - 5 %. Vanaf boekjaar 2018 zal de verdeelsleutel aangepast worden naar 80% reprografierechten, 10% leenrechten en 10% onderwijs en onderzoek. Deze verdeelsleutel werd vastgesteld op afgerond de verhouding van geïnde rechten op het totaal van de geïnde rechten.

 

 

2. VERMELDING OP BASIS VAN ARTIKEL XI. 252 §2 WER

 

Overeenkomstig de toepasselijke wetgeving dienen de geïnde rechten in beginsel met ingang van 01 januari 2018 verdeeld te worden binnen een termijn van 9 maanden na afloop van het boekjaar waarin de rechten werden geïnd, ten opzichte van 24 maanden voordien.
We wijzen erop dat het VEWA-verdelingsreglement inhoudt dat in het eerste jaar van aangifte er een uitbetaling gebeurt op basis van het aantal werkelijk gepubliceerde bladzijden. De volgende 9 jaar wordt vervolgens een forfait uitbetaald. De som van deze forfaits wordt door het bestuur op basis van historische informatie ingeschat op € 3.460.500 (€ 3.060.000 met betrekking tot de rechten, € 400.500 voor de werkingskosten). De Raad van Bestuur stelde in boekjaar 2017 bij de analyse van de uitbetalingen van de laatste jaren vast dat het uit te betalen bedrag toenam doordat VEWA steeds meer leden telt (die ook aangiftes indienen). Het bedrag werd daarom verhoogd van € 2.835.000 naar € 3.460.500. Gelet op de lopende procedure Hewlett Packard besliste de Raad van Bestuur tevens om € 1.215.000 te boeken onder “Te verdelen geïnde rechten die het voorwerp zijn van betwistingen”.
Daarnaast is het zo dat de uitbetaling steeds gebeurt in het begin van het jaar na het aangiftejaar. Zo werd eind 2017 de aangifte gedaan over 2016 en volgt de uitbetaling in april 2018. Dit betreft een bedrag van € 2.588.655,28 met uitzondering van de leden die onderworpen worden aan een revisorale controle.
In totaliteit is er bijgevolg een schuld aan de auteurs geboekt van € 6.658.731,31. Indien men dit bedrag vermindert met de hiervoor opgesomde bedragen, bekomt men een geïnd, niet voorbehouden en niet het voorwerp uitmaken van betwisting een mogelijks uit te betalen bedrag van € 1.824.576,03. Delen we dit door een gemiddelde van de werkelijke inningen over 2017 en 2018, met name € 1.570.902,36 (= (1.183.613,78 + 1.958.190,94) /2), dan wordt een termijn van 1,16 maand bekomen, hetgeen korter is dan 9 maanden.

 

 

3. VERMELDING OP BASIS VAN ARTIKEL XI. 256 WER

 

De gemiddelde kosten tijdens de laatste drie jaren overschrijden niet het percentage van 15% van de geïnde rechten.

 

 

Details:


 

Boekjaar 2017


 


 

Boekjaar 2016


 


 

Boekjaar 2015


 


 

Boekjaar 2014